dinsdag 2 februari 2016

Ochtenstond





Zoals altijd word ik wakker naast een lege plek. Mijn boer is al lang aan het werk. Loom ga ik op de rand van het bed zitten. Buiten is het schemerig. Donkere wolken jagen door de grijze lucht, boven een weiland dat er al net zo grauw uitziet.

Even overweeg ik weer lekker onder mijn dekbed te kruipen, maar ik spreek mezelf vermanend toe: acht uur is laat voor een doordeweekse dag en ik heb van alles te doen. Bovendien, welke boerin blijft zo lang in haar nest liggen?

Zuchtend sta ik op. Aankleden is nu te veel gevraagd, dat doe ik wel na het ontbijt. Ik hul me in mijn rood gebloemde ochtendjas en zoek mijn pantoffels.

Voor de keukendeur aarzel ik even. Onze keuken is namelijk geen privéterrein. Aan onze tafel kun je van alles aantreffen: personeel, familie, leveranciers, reparateurs, adviseurs, loonwerkers, handelaren van diverse pluimage, enz. En ja, ook op dit uur van de dag.

Op ieder uur van de dag.

Voor de zekerheid kam ik met mijn vingers mijn haar naar beneden, maar er is niemand. Heerlijk! Ik ga eerst maar eens een sinasappeltje uitpersen. 

Dan hoor ik gestommel en geblaf. Mijn boer komt binnen met de hond. Hij praat luid in zijn mobiel en steekt zijn hand omhoog, bij wijze van ochtendgroet. De hond stuift enthousiast op me af en springt dan, met vieze strontpoten, tegen mijn pyjamabroek.

‘Nee Jouke. Nee.’ bijt ik hem toe, maar ik aai hem vervolgens wel over zijn kop.
‘Volluk!’ klinkt het boven het tumult uit.
De veehandelaar komt binnen. Mijn boer gebaart dat hij moet gaan zitten.
‘Goedemorgen,’ zegt de veehandelaar tegen mij en ‘Niet zulk best weer hé?’ Hij knikt naar het raam.
‘Nee,’ antwoord ik.
‘Tsja,’ reageert hij weer en kijkt ongeduldig naar mijn boer.

Die is nu boos op zijn gesprekspartner, aan de andere kant van de lijn. De verreiker is weer eens kapot, begrijp ik. Dat is een handige machine, die overal voor wordt gebruikt, maar mijn boer noemt het ook wel eens een verarmer. Zo vaak moet de smid ervoor komen.

Ik zal net de veehandelaar koffie aanbieden, als de melker binnenkomt.

‘Groβe Probleme, groβe Probleme,’ prevelt deze, terwijl hij in zijn handen wringt. Onze melker is een Pool. Het is een beste vent, maar er is bijna niet met hem te communiceren. Mijn boer gebaart dat de melker zich stil moet houden.

‘Setze dich,’ zeg ik tegen hem en wijs naar een stoel. Hij gaat zitten. Zijn rode pet met in koeienletters New York er op, legt hij op tafel.
‘Was ist loβ?’ vraag ik. Misschien kan ik iets betekenen.
De melker wijst hoofdschuddend naar mijn boer. Die negeert hem.

‘Hoi.’
Onze Wajongere staat, in druipend regenpak, in de deuropening. Het is een moeilijk bemiddelbare jongere, die onder speciale voorwaarden, bij ons werkt. Hij is precies op tijd.
 ‘Moarn,’ antwoord ik en: ‘Deur dicht alsjeblieft.’

Dan is mijn boer eindelijk uit getelefoneerd en barst het gesprek los. Een potpourri van Fries, Nederlands, Duits en Pools vult de keuken, samen met het aroma van de koffie die in het koffiezetapparaat pruttelt.

Het geeft heel wat drukte zo’n boerderij. Het voordeel daarvan is wel, dat het niemand opvalt, als ik nog niet aangekleed ben.




Groentje

1 opmerking:

  1. Leuk stukje :-)
    En volgens mij kan jij dat wel hebben, zo'n gebloemde ochtendjas en verwarde haren ;-)

    BeantwoordenVerwijderen