vrijdag 1 april 2016

De Bevalling




‘Ik moet straks nog even naar achteren,’ zegt mijn boer, terwijl hij zijn yoghurt oplepelt. ‘Hij had al ontsluiting.’

Voor een boer is een koe een hij, zelfs als ze op punt van bevallen staat. Mijn boer had vanmorgen al gezien dat het bijna zover was. Ze zonderde zich namelijk af van de groep en bij koeien betekent dat altijd, dat er iets aan de hand is.

Wij weten nooit precies wanneer een koe moet kalven, omdat we niet alleen maar kunstmatig insemineren, maar ook stieren bij de koeien laten lopen. En het is natuurlijk niet bij te houden, wanneer eventuele romances worden geconsumeerd. Een koe is negen maanden in verwachting en wordt de laatste zes weken niet gemolken: ze krijgt verlof en verhuist naar de potstal.

Dat is een stal waarin mest wordt opgepot. Op gezette tijden bedekken we de mest met een nieuwe laag hooi. Als het mengsel van mest en hooi een bepaalde hoogte heeft bereikt, wordt de stal geleegd, maar we gooien het mestmengsel niet weg. Deze zogenaamde ruige mest is namelijk heel gezond voor de bodem.

Mijn boer gaat dus naar de potstal alias kraamkamer en ik zeg:
‘Ik loop met je mee. Ik moet toch nog even melk halen.’

 ‘Ik heb die vaars drie dagen geleden selenium gegeven en ik ben bang dat dat te kort dag is,’ reageert mijn boer bezorgd.
‘Wat heeft selenium met bevallingen te maken?’
‘ Koeien van deze klei-op-veen-grond hebben altijd een selenium tekort. Dat zit hier niet voldoende in het gras. Als onze koeien niet op tijd selenium bijgespoten krijgen, is er een grote kans dat de nageboorte loslaat tijdens de bevalling en dan stikt het kalf.’
‘Goh,’ zeg ik, ‘Dat de bodemgesteldheid hier zelfs invloed op heeft.’
‘De bodem heeft invloed op alles.’
‘Ja.’

Samen lopen we door het donker.

Dan slaat hij linksaf. Ik loop langs de ligboxstal naar het tanklokaal. De koeien baden in het licht. Ze staan allemaal op een rij te eten. Terug in huis zit mijn boer achter de laptop, maar hij is nog niet gerust.

‘Er is nog niets gebeurd. In theorie mag het nog wel drie uur duren, maar ik vertrouw het niet. Ik ga toch maar even kijken.’
Ik heb de jas nog aan en besluit mee te gaan.

‘Zie je die paarsrode druiven van de nageboorte? Daarmee wisselen koe en kalf stoffen uit en als je die ziet, moet het kalf er uit.’
Ik tuur naar de uitpuilende vagina van de koe. Ze kromt haar rug, maar loeit niet.

‘Ik zou liever wachten tot je het snuitje en de ogen kan zien. Dan kan de moeder rustig oprekken, maar ik neem nu geen risico.’

Opeens is het donker. De lampen zijn uitgegaan, zoals altijd om half negen.

‘Nee hé! En nu moeten dit type rotlampen een kwartier uitblijven, anders gaan ze kapot. Wat een belachelijk systeem.’ foetert mijn boer. En dan:
‘Nou ja, ik doe ze gewoon weer aan. Op hoop van zegen.’

Hij zoekt zijn weg, tussen de andere aanstaande moeders door, naar de schakelaar en drukt op de knop. We wachten een paar lange minuten. Luisteren naar het geschuifel en kauwen om ons heen. En dan knippen de lampen één voor één, probleemloos, aan.


Onze kraamkoe wordt verlost en begint meteen het glanzende vlies van het kalf te likken. Het is een gezond stiertje. De andere koeien staan onverstoord toe te kijken. We laten moeder en kind een nachtje bij elkaar, kijken nog even naar het oer tafereel en doen dan de lichten weer uit.

Groentje


1 opmerking: