vrijdag 17 juni 2016

Vakantie en Kopziekte



Ik word wakker in een zonnige hotelkamer. Net als thuis, is de plek naast me leeg. Mijn boer ligt waarschijnlijk al vanaf een uur of zeven in de zee. Of hij heeft een berg beklommen, dat zou ook heel goed kunnen. Hij is niet gewend uit te slapen. Straks zullen we samen ontbijten en tegen de tijd dat ik mijn rugzak aandoe, klaar voor een nieuw avontuur, begint hij te gapen: tijd voor zijn dutje.

En zo gaat het ook vandaag. Ik laat hem lekker slapen en pak een boek. Dan bliept de telefoon. Mijn boer schrikt wakker. Hij heeft met zijn medewerkers afgesproken dat hij alleen in geval van nood gebeld zal worden, dus als dat ding dan gaat… Er volgt een zorgelijk gesprek. Ik hoor iets over koopziekte en koeien.

‘Stom, stom, stom, stom,’ moppert mijn boer.
‘Wie heeft er koopziekte?’ vraag ik nieuwsgierig.
Mijn boer kijkt me geïrriteerd aan: ‘Waar heb je het over?’
‘Koopziekte.’
‘Geen koopziekte maar kopziekte. We hebben twee koeien met kopziekte.’

‘Is dat erg?’
‘Ja. Ze worden nerveus, vallen om, slaan met de poten, doen raar en gaan er vaak dood aan. De oorzaak is magnesiumgebrek. Ze krijgen speciale brok met extra magnesium, maar de jongens hebben per ongeluk een andere gevoerd. Ik zal wel niet duidelijk genoeg geweest zijn,’ zucht hij.
‘Maar waarom hebben ze die toevoeging nodig? Koeien moeten toch van gras kunnen leven?’ vraag ik, ‘Dat zeg jij altijd.’

Hij legt me uit dat de mineralenbalans heel nauw luistert. Het kaliumgehalte in ons gras is relatief hoog. Hierdoor kunnen de koeien niet het magnesium opnemen dat ze nodig hebben. Die twee stoffen werken elkaar namelijk tegen. (We laten de scheikunde maar even achterwege.)

Wij voeren heel weinig krachtvoer en daarom moet de brok die wij onze beesten geven, precies de juiste samenstelling aan mineralen bevatten. Vandaar dat mijn boer ‘brok op maat’ heeft laten maken. Daar krijgen ze iedere dag een klein beetje van, als ze gemolken worden. Tenminste, dat is de bedoeling. De koeien blijken nu de verkeerde brok te hebben gekregen en de eerste ziektegevallen spartelen al op de grond.

‘De veearts komt zo om ze een infuus te geven. ‘ Hij zucht weer en zegt dan: ‘Mijn dutje wordt niets meer. Ik ben klaarwakker. Laten we gaan. Wat wil je doen?’
'Ik wil een nieuwe bikini kopen. Gisteren heb ik een hele leuke gezien, op de boulevard.'

Samen lopen we langs de rekken.
‘Welke zou me leuk staan? Die rode of de blauwe? Ik kan ze ook allebei nemen. Heb je die prijzen gezien?’
Mijn boer is lief en probeert uit alle macht belangstelling op te brengen voor de frivoliteiten die ik hem onder de neus houd.
‘Nou wat vind je?’ dring ik aan, ‘Zal ik ze allebei nemen?’
Hij bromt wat.
‘Wat zeg je?
’Niets,’ zegt hij en glimlacht verontschuldigend.
Ik weet bijna zeker dat ik hem het woord koopziekte hoorde zeggen. Onderzoekend kijk ik hem aan, maar hij is inmiddels verdiept in de whats app

‘Ik heb zin in een ijsje,’ zeg ik dan, om het over een andere boeg te gooien.
Als ik even later aan mijn mango-meloen-ijs loop te likken, denk ik echter nog steeds aan de rode bikini.
Mijn boer hoeft geen ijs en besluit toch even naar huis te bellen.


Groentje




Geen opmerkingen:

Een reactie posten