donderdag 21 juli 2016

Onze Pool




Jarek, onze melker, is weg. Hij is met de noorderzon vertrokken, naar Polen waarschijnlijk, waar hij vandaan komt. Hij huurde het huis naast ons. De huissleutel bungelt in het slot van de deur. Er staan pannen met etensresten op het aanrecht en vieze borden op tafel. Ik ruik aan een halfvol bierflesje: die is vanmorgen nog geopend.

Mijn boer vloekt: Jarek heeft een vooruitbetaald maandsalaris meegenomen. Dat was hem voorgeschoten omdat hij ‘viele Probleme’ had: onder meer een ongewenst zwangere vriendin. Naar dat geld kunnen we fluiten, maar het grootste probleem is: wie moet er nu melken?

Het is moeilijk melkers te vinden. In onze melkstal worden 26 koeien tegelijk gemolken en er kunnen 52 in. Toch duurt het gemakkelijk drie uur voordat ze allemaal aan de beurt zijn geweest. Daarna moet alles nog schoongemaakt. En dat allemaal twee keer per dag. Bij ons melken is dus een dagtaak en Nederlanders zijn hier moeilijk voor te porren. Ook als je er twee parttimebanen van maakt trouwens.

Daar komt nog bij dat mensen uit de agrarische wereld, melken bij ons niet bevredigend vinden. Onze koeien geven, door onze extensieve manier van boeren, namelijk weinig melk: ‘Niks aan, er staat geen spanning op de uier,’ zeggen de jongens. Melken, melken en nog meer melken, dat is het credo in de melkveehouderij en alleen dat geeft voldoening. Geen wonder dat de melkprijs keldert, denk ik dan.

Poolse melkers hebben aan dit alles geen boodschap: hun enige belang is om zo veel mogelijk uren te draaien. Deze instelling heeft tot gevolg dat ze het met kwaliteit en hygiëne niet zo nauw nemen en er geen band met hun ontstaat. Ook de taal is een grote barrière. Ze blijven dan ook nooit lang.

Met Jarek hadden we het beter getroffen, dachten we. Hij was al een jaar bij ons. Mijn boer heeft hem veel geleerd en hij werkte hard en goed. Van een naamloze Pool schopte hij het tot ‘Onze Pool’ en uiteindelijk noemden we hem gewoon bij zijn naam.

De telefoon van mijn boer bliept: het is een WhatsApp van Jarek: ‘Sorry,’ lezen we op de display. Mijn boer vloekt alweer en begint dan zijn adressenbestand na te lopen. Wie kan hij vragen?
Na veel gepuzzel en ook veel inzet van zichzelf en de zoon krijgt hij het voor de komende dagen rond. Voor de langere termijn zullen we een advertentie zetten, of toch via ons netwerk iemand moeten ronselen. Voor de zekerheid belt mijn boer ook maar weer het uitzendbureau dat gespecialiseerd is in Poolse melkers.

Ik ben opgelucht dat hij mij niet vraagt. Ik vind de industriële omgeving van de melkstal, waarin je alleen koeienachterkanten ziet en waar de stront je om de oren spettert, heel onaangenaam. Daarom heb ik het ook nooit willen leren.

Maar ‘nee’ zeggen op de boerderij blijft lastig. Er gebeuren voortdurend onverwachte dingen die moeten worden opgelost. Het is nu zomer en ik vind het heerlijk om met een boekje op het terras te zitten, maar dat voelt natuurlijk niet ontspannen als je huisgenoten zich van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat uitsloven. En nu is onze melker ook nog weg.
Rot Pool, denk ik, geheel politiek incorrect.

‘Ik heb hem geappt,’ zegt mijn boer.
‘Heb je hem de waarheid gezegd?’
 ‘Nee. Ik heb hem gevraagd wanneer hij terugkomt.’
‘Dat meen je niet!’ roep ik stomverbaasd.
‘Ja, wat denk je. Ik houd alles open. Als hij terugkomt, neem ik hem zo weer aan. Wat moet ik anders?’
‘Tsja.’

Ik haal een koud biertje voor mijn boer en neem er zelf ook maar één.


Groentje


Geen opmerkingen:

Een reactie posten