maandag 22 augustus 2016

Omweiden




Ik krijg een duw tegen mijn been. De koe achter me vindt blijkbaar dat ik niet snel genoeg ben. Ik loop over het betonpad, midden in de lange sliert koeien, die na het melken weer terug naar hun weiland wandelen, om daar de nacht door te brengen. Mijn doel ligt in dezelfde richting. Ik ga bramen plukken met mijn boer.

Het is midden augustus, maar er hangt een wat dampige, herfstige sfeer in de lucht. Het schemert ook al, terwijl het nog geen negen uur is. Een kolonie kraaien maakt zich op om op stok te gaan, in de hoogspanningsmast.

De koeien zijn laat: onze nieuwe melker is nog erg langzaam. Dat is niet zo mooi, want nu hebben ze al uren niet gegeten en koeien moeten voortdurend eten om melk te produceren.

Als de dames (en een enkele heer) in het weiland van bestemming aankomen, beginnen ze te loeien. De dieren die nog onderweg zijn, loeien terug. Hun communicatie gaat waarschijnlijk over het gras, waarin ze de nacht zullen doorbrengen en ze zijn duidelijk niet tevreden. Bovendien hebben ze mijn boer in het vizier: hij is bij machte om ze toch een vers stukje land te geven. En wie weet: als ze maar stennis genoeg schoppen…

 ‘Er staat op zich nog wel genoeg gras, maar het is niet ‘nieuw’ meer. Ze hebben hier vanmiddag ook al gelopen. Ook is er natuurlijk behoorlijk in gescheten en dat vinden ze niet smakelijk,’ verklaart mijn boer de onrust.

Het weiden van koeien is nog een hele kunst. Ze moeten steeds genoeg gras hebben en krijgen twee tot drie keer per dag een nieuw stuk land. Het is een roulatiesysteem: als ze alle percelen gehad hebben, is het de bedoeling dat ze weer opnieuw beginnen en dat het gras daar weer zover is aangegroeid, dat de hele kudde haar buik weer rond kan eten.

Mijn boer berekent hoeveel gras er groeit, maar er moet natuurlijk ook het één en ander op het gevoel besloten worden. Nu staat hij te peinzen:

‘Ik denk dat ze het stuk ernaast moeten hebben. Ik heb het verkeerd geschat. Er is nogal wat regen gevallen en daardoor zit er minder droge stof in het gras en naar verhouding veel water. Hier kunnen ze veel meer van op. Vergeet niet dat onze koeien het puur van het gras moeten hebben. Wij voeren niet bij. Alleen een beetje natuurhooi, omdat ze anders te dun op de mest worden en grasbrok om ze in de melkstal te lokken. Kortom: een driegangenmenu,’ lacht mijn boer. Dan neemt hij een besluit: ‘Ik ga ze omweiden.’

En hij doet de stroomdraad open, om ze in het volgende perceel te laten. Het is meteen feest: met de staarten in de lucht denderen de koeien hem voorbij. Ik ben even bang dat ze hem omver zullen lopen, maar blijkbaar is er geen gevaar, want mijn boer blijft rustig staan. De dieren die nog via het betonpad aan komen lopen, begrijpen wat er aan de hand is en versnellen hun pas tot het wiegelende sukkeldrafje dat koeien typeert. Hun witte vlekken dansen in het toenemende donker.

Ik kan geen braam meer onderscheiden, merk ik als ik me even later met mijn emmer over de slootkant buig.
‘Zullen we maar naar huis?’ vraag ik, ‘het is te laat geworden.’
‘Ik wil nog even controleren of het hek aan de andere kant wel dicht is. Anders hebben we de koeien vannacht misschien op de snelweg lopen.’
Hand in hand lopen we op onze rubberlaarzen door de nacht, met om ons heen het tevreden ‘gris-gris’ van honderden koeientongen in actie.

Fijn dat we ze nog even hebben omgeweid.

Groentje


Geen opmerkingen:

Een reactie posten