zondag 4 september 2016

Koeienkonten en de Kosmos




Als boer zie je koeien vooral van achteren. Daar gebeurt alles wat van economisch belang is: melken en reproduceren. Je zou bijna vergeten dat koeien prachtige koppen hebben: met goedmoedige, grote ogen, zachte neuzen en pluizige oren. Vooral met horens hebben ze een mooie, kalme waardigheid over zich.

Wij laten sinds kort de horens weer groeien. Het ont hoornen is een grote ingreep voor kalfjes. Ze hebben er een paar dagen hoofdpijn van en zijn in die periode kwetsbaarder voor ziektes. Volgens de biodynamische leer staan horens in contact met de kosmos.

Daar bedoelen ze ‘het grotere geheel der dingen’ mee, stel ik me zo voor: dat alles met alles te maken heeft. Volgens de nieuwste inzichten zijn horens bijvoorbeeld van belang voor de mineralenhuishouding van een koe. Koeien zouden zonder horens, meer klauwproblemen hebben. Dat zijn pijnlijke poten, doordat de hoeven niet zo sterk zijn.

Dat horens toch meestal verwijderd worden, heeft natuurlijk te maken met het feit dat deze gevaarlijk kunnen zijn. Gelukkig hebben onze koeien veel ruimte en verwonden ze elkaar eigenlijk nauwelijks. Ons vallen ze ook niet aan. Daarom laten we de koe haar kroon tegenwoordig houden.

Op dit moment ervaar ik weinig majesteitelijks aan ons mooie vee. Ik loop, achter heel veel koeienkonten, richting stal. Het pad is glibberig van de uitwerpselen en de beesten zijn niet vooruit te branden. Misschien komt het van de hitte. Een paar dames zijn gewoon midden in de stoet gaan liggen. Op mijn ‘heu’ geroep, reageren ze niet meer.

Ik probeer allerlei geluiden uit en schreeuw, sis, grom, alles om hun aandacht te trekken en ze aan te sporen dóór te lopen. Misschien heeft de leidster van de koppel besloten dat het tijd is voor een pauze. Wie zal het zeggen? Haar gehoorzamen ze beter dan mij.

‘Ja maar, opstaan!’ schreeuw ik en geef een schopje tegen een rood-witte flank. Het beest kijkt me lodderig aan, maar hijst zich, uit goedertierenheid zo lijkt het, toch maar overeind. Haar vriendinnen komen nu ook in beweging. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en herhaal:
‘Jamaarrrr dames, doooorrrrlopen!’

Maar wanneer ze eindelijk in de benen zijn, moet er eerst weer uitgebreid gepoept en geplast worden. De staarten gaan langszij en de stront spettert tegen mijn blote kuiten.
‘Heu, heu!’

Ik loop hier al meer dan een uur en we zijn er nog lang niet. Jouke de hond rent achter een haas aan. Als hij zijn energie nu eens op de koeien botvierde!  De haas speelt met hem, laat hem dichtbij komen en rent dan weer weg. Jouke kansloos achterlatend.

Mijn boer wilde de koeien graag wat vroeger in de stal, omdat het weer tijd is, staarten te scheren en uiers te branden. Vooral dat laatste klinkt eng en zo ziet het er ook uit, maar voor de koeien is het niet erg. Er wordt snel een vlam langs de uier gehaald, zodat de haartjes weg schroeien. Zo blijft de uier mooier schoon. Eigenlijk net zoals de Turkse kapper dat doet met oorharen. Koeienstaarten zijn ook verzamelplaatsen van viezigheid, vandaar dat die met een tondeuse netjes worden gehouden.

Ik klap in mijn handen, stamp met mijn laarzen en roep:
‘Heu! Ja maar! Kom op! Doorlopen!’
Naast me sjokt de stier, totaal ongevaarlijk door uitputting. Dat krijg je van een hele dag seksen.
‘Heu!’

Tergend langzaam schuifelt de kudde vooruit. Jouke zoekt verkoeling in de dreksloot. Zijn kop dobbert in het eendenkroos.

We komen te laat.

Nou ja, denk ik, in het licht van de kosmos zal het allemaal niets uitmaken.


Groentje



Geen opmerkingen:

Een reactie posten