donderdag 1 december 2016

Bij de Amish



‘Gaan we bij de Amish?’ vraagt mijn dochter.
‘Ja,’ zeg ik gekscherend, ‘vanaf nu zal je een kapje moeten dragen.’
Aanleiding voor haar vraag is het rijtuigje, dat naast onze honderdzeventig paardenkrachten-tellende tractor en veertig kuub opraap-wagen  staat geparkeerd.
Mijn boer leert namelijk mennen, want we hebben Friese paarden en wat zou het leuk zijn, als we die voor ons karretje konden spannen! Vanmiddag gaan we voor het eerst uit rijden.
‘Ga je mee?’ vraag ik aan de dochter.
‘Echt niet. Ik schaam me dood!’

Mijn boer en ik spannen samen Pronkje, de merrie, in. Het is een wirwar van leertjes en riemen. Alles heeft zijn functie en moet op een specifieke manier bevestigd worden. Er zit een eeuwenlange geschiedenis achter zo’n tuig, realiseer ik me. Mensen hebben het steeds weer aangepast en verbeterd. Pronkje blijft geduldig staan, terwijl wij aan haar sjorren en friemelen.
‘Tsja Pronkje, dan had je maar geen paard moeten worden,’ zeg ik, terwijl ik tegen haar flank leun.

Maar even later draven we vrolijk met zijn drieën over de weg. Hond Jouke geeft blaffend te kennen ook mee te willen.
‘Ho,’ zegt mijn boer en ons rijtuigje stopt. Als Jouke er in wil springen, doet het paard echter weer een paar stappen. Dus Jouke springt mis.
‘Ho Pronkje.’
Nu staat ze stil.
‘Kom maar Jouke!’
Jouke springt en weer loopt Pronkje weg.
Jouke raakt van slag, waarop ik hem weer begin te roepen. Pronkje vraagt zich nu waarschijnlijk af, of ik het tegen háár heb: ze wordt onrustig en draait alert met haar oren. Toch houdt ze halt. Jouke springt aan boord en gevieren vervolgen we onze weg. De koeien bij de sloot, kijken ons na. Ik kriebel Jouke even in zijn nek en krijg een lik terug.

In de film lijkt het altijd zo simpel als een cowboy zijn paard de sporen geeft, of een gezelschap per koets door de stad sjeest. Maar voordat een beest doet wat je wilt, moet je eerst contact met hem maken. Je moet inspelen op zijn individuele eigenaardigheden. Het is altijd een beetje geven en nemen.
Het leven is wel heel mechanisch geworden, bedenk ik me. Vroeger hadden mensen ook veel meer fysiek contact met dieren. Ze moesten ze steeds aanraken. Al die warme lijven. Nu drukken we op knoppen. Wat doet dat met ons?

Zo laat ik, al mijmerend, de weilanden aan me voorbij gaan. Dan breekt de zon ook nog door en koesteren we ons in haar stralen.
‘Rustig Pronkje, rustig, dat is maar een eend,’ zegt mijn boer, als er een woerd uit de slootkant opspat. Hij legt een arm om mijn schouder en vraagt hoe ik het vind.
‘Heerlijk,’ zeg ik en kruip lekker tegen hem aan.
Ik ben een moderne vrouw en ik ga beslist geen kapje dragen, maar zo nu en dan wil ik best even voor Amish spelen.

Groentje

Geen opmerkingen:

Een reactie posten