dinsdag 28 maart 2017

Wie is de Mol?




‘Kan het wat zachter?!’
Wie is de mol? is op tv. Een spelprogramma waarbij kandidaten moeten samenwerken, maar één van hen, in het geheim, de boel saboteert: dat is de mol. Geen sympathieke rol.

Boeren houden ook niet van mollen. Mijn boer bijvoorbeeld, is helemaal voor biodiversiteit, maar toch zit de mollenvanger bij ons aan de koffie. Ik ken hem als jager en heb al meerdere keren doodgeschoten ganzen van hem in ontvangst mogen nemen. Die hangen dan op de kop bij ons in de stal, totdat mijn boer ze slacht.
‘Zo heb je zelfs iets aan ganzen,’ zegt hij glunderend als we weer eens achter een bord met ganzenborst zitten.  ‘Als iedereen nu gans at in plaats van kip, hadden we een probleem minder…’
Maar terug naar de jager annex mollenvanger.

Ik had me een mollenvanger oud en krom voorgesteld, als een personage uit de romans van Charles Dickens. Maar dit is een Jan-doorsnee.
‘Ik dacht dat hij een jager was,’ zeg ik.
‘Dat mollenvangen doet hij voor mij, om ook op andere dieren te mogen jagen.’
‘Dus zelfs het jagen op mollen staat in minder aanzien dan bijvoorbeeld het jagen op ganzen? Komt dat omdat het dieren zijn, die ondergronds leven en in het duister rondtasten?’
‘Nou nee, zegt mijn boer. Jagers vinden schieten leuk en mollen vang je met klemmen, of met een steekschop. Dat is minder sportief. Al is het wel moeilijk. Op een goede mollenvanger moet je zuinig zijn.’

Het wordt warmer en de grond zachter en daarmee komen de mollen dichter naar de oppervlakte. Ons weiland is bedekt met zwarte puisten. Ze vernielen de grasmat en als je gaat maaien, komen de molshopen mee in het gras voor de koeien.
Is er dan niets positiefs aan deze beestjes? Zoals altijd geldt: jawel, mits het er niet teveel zijn. Ze eten schadelijke insecten zoals engerling en emelt en zorgen voor een goede beluchting en afwatering van de grond.

Vossen eten trouwens mollen en vorige week is daar nog op gejaagd. Dat is dan weer tegenstrijdig. Ik hoorde de jagers in de nacht. Ze waren bezig met een lichtbak. De vos is daarmee gemakkelijk op te sporen, omdat zijn ogen oplichten in het kunstlicht. Normaal mag dat niet, maar de provincie geeft een ontheffing voor weidevogelgebieden, omdat we de weinige weidevogels die er nog zijn, niet willen laten opeten.

Leefden we maar in het paradijs, denk ik wel eens, daar konden de leeuw en het lam vreedzaam naast elkaar bestaan.

Als ik even later de kippen een bakje keukenafval ga brengen, let ik extra op de molshopen in de tuin. Opeens zie ik er één bewegen. Zachtjes loop ik er naar toe. Een klein snoetje komt boven de grond uit. Zijn voorpootjes lijken naar mij te zwaaien. Dan komt de hond aanrennen en weg is de mol. Gelukkig maar, denk ik.


Ben ik nu de mol?


Groentje

Geen opmerkingen:

Een reactie posten