dinsdag 23 januari 2018

Een bijzonder Beest



Kipstra is weg. Het enige wat ik van haar vind, is een bosje witte veren tegen het gaas van het kippenhok. Er is een vogelgriepuitbraak en al het gevogelte dient te worden opgehokt. Nou zitten onze kippen in de schuur, maar voor twee is er een uitzondering gemaakt. En nu moeten die ook naar de stal.

De ene is een klein Fries leghennetje. Zij was de laatste van een groepje kippen, dat ons jarenlang van eieren voorzag. Om haar eenzaamheid  te doorbreken, haalde ik een vleeskuiken uit de stal en zette die bij haar in het kippenhok. Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar na een dag wantrouwig loeren, werden ze toch vriendinnen. Samen scharrelden ze door de tuin: de grote en de kleine. Kipstra groeide, zoals een vleeskip betaamd, als kool. Na een paar weken kostte het haar al moeite om zich door de opening van het nachthok te wurmen. En op een nacht bezweek de slaapstok onder hun gezamenlijke gewicht.

Ik vond het leuk Kipstra te zien opgroeien, omdat onze vleeskippen na negen weken al naar de slacht gaan. Als klein kuikentje zien ze er schattig uit, maar daarna doen ze nog het meeste denken aan lelijke pubers in slordige jassen.  Zodra ze een beetje knap in de veren zitten, is hun laatste uur geslagen. Kipstra kreeg de kans uit te groeien tot een rijzige kippendame in een keurige witte mantel. Maar nu kan ik haar dus nergens meer vinden en ik maak me zorgen. Zou ze door een vos gegrepen zijn? Het Friese leghennetje tokt eenzaam rond.

Ergens is het absurd dat ik me druk maak om deze ene kip. De honderden kippen in de stal negeer ik namelijk meestal. Een keer ging ik met mijn boer mee naar de slachterij. Wij stonden daar met ons bestelbusje, terwijl voor en na ons vrachtwagens met tienduizenden kippen werden gelost. Deze werden op een lopende band gezet, waar ze argeloos om zich heen keken. Een paar seconden later waren ze dood. Het was indrukwekkend, maar ik had geen gevoelens voor de individuele kip. Dat is wat aantallen blijkbaar met je doen.

Wat koeien betreft hebben we een zogenaamde megastal. Dat heeft een negatieve klank. Misschien om dezelfde reden: de macht van het getal? Is men bang dat we ons minder om de individuele koe bekommeren? 

Ik begrijp die zorg, maar in de praktijk valt het mee. We passen goed op ieder beest en mijn man kent ze alle driehonderd. ‘Het is een kwestie van aandacht en aanraking,’ zegt hij. Daarnaast zijn hoeveelheden relatief. In de VS zijn bedrijven met tienduizenden koeien heel gewoon. Toch is dat voor mijn gevoel veel te veel, want te anoniem.

Dan zie ik een witte vlek tussen de frambozenstruiken. En ja hoor, het is Kipstra. Blij loop ik de tuin in, om haar op te hokken. Veilig tussen haar soortgenoten.


Groentje

Geen opmerkingen:

Een reactie posten