maandag 26 maart 2018

IJspret



De paarden stampen op het ijs in de greppels, op zoek naar water. De zwaan die in de sloot naast de stal woont, zit hongerig op de kant. Het is al een paar nachten min tien geweest en er staat een snijdende wind. Deze heeft vrij spel rondom de boerderij. Binnen is het niet warm te stoken en uit de stopcontacten komen poefjes koude lucht.
Vier dagen geleden waren we nog blij: de grond was eindelijk hard genoeg om mest uit te rijden. Bovendien houden we van schaatsen, vooral op natuurijs.

Maar we hadden de ijzers nog niet uit het vet, of de melker belde: in de melkstal was de watertoevoer bevroren. De koeien konden wel gemolken worden, maar  voordat de boel weer schoon was, werd het al donker.
“En dan te bedenken dat je vader vroeger bij het melken, met één emmertje water al zijn koeien poetste,” vertelt oma.
“Dát was pas duurzaam,” zegt mijn boer.
“Maar niet hygiënisch,” reageert oma, met opgetrokken neus.

’s Avonds bellen collega-boeren. Ze hebben allemaal problemen met de drinkwaterleidingen in hun stal en verwachten dat het in onze open stal nog veel erger is. Dat zou ze opbeuren. Maar helaas, we moeten ze teleurstellen: wij hebben de leidingen onder de stal aangebracht en het water vloeit er probleemloos. De koeien hebben overigens ook geen last van de vorst. Ze zijn wel wat gewend en hebben een dikke wintervacht.

Wel wil de trekker bijna niet schakelen en gaat ‘ie  daardoor steeds uit.

Dan bevriezen de leidingen in de jongveestal, ondanks het geavanceerde rondpompsysteem met verwarming en het feit dat deze wel gesloten is. De dieren moeten handmatig van water worden voorzien. Opeens bedenk je wat een zuiplappen het eigenlijk zijn! Onze melktaxi, waarmee de kleinste kalfjes normaliter melk krijgen, wordt omgedoopt tot watertaxi.

De kou wordt steeds minder leuk. Alles kost meer tijd en van schaatsen is het nog niet gekomen. Alleen de pup glibbert over de sloten. Ze heeft net uitgevonden dat dat kan en amuseert zich eindeloos met dit nieuwe spelletje. Tot de zwaan op haar afkomt. Met zijn laatste krachten heft hij de vleugels. Het hondje gaat er wijselijk vandoor.

Ik heb medelijden met de vogel. Kan ik iets voor hem doen? Zijn vrouwtje is twee jaar geleden tegen de hoogspanningsmast gevlogen. Hij zit daar maar alleen, naar het ijs te staren.
Ik ook trouwens. Maar zondag gaat het gebeuren: er is weliswaar dooi aangekondigd, maar we kunnen vast nog wel even samen over het ijs zwieren.

‘Eerst een dutje,’ zegt mijn boer, die moe is van alle extra werk, ‘dan gaan we.’
Eenmaal op schaatsen, is de wind gaan liggen. We koesteren ons in het warme zonnetje. Wat een genot! Alleen de ijskoningin vaart er niet wel bij. Haar vloer kreunt en kraakt. Er vormen zich plassen water.

De winter is voorbij.

Toch jammer: we hebben nu eindelijk tijd.


Groentje

maandag 5 maart 2018

Kefir in Tirol





Ik tuur naar de blinkend witte helling. Er zoeven tientallen skiërs  voorbij, maar mijn boer zie ik nergens. Terwijl hij toch op zou moeten vallen, in zijn melkersoveral, die hij bij wijze van skipak draagt.
We zijn beginnelingen  en hebben net onze eerste les er opzitten. Ik peddel nog wat rond op het kinderheuveltje. Dat was mijn boer natuurlijk te min, dus hij nam de lift naar boven en sindsdien is hij spoorloos.
Eindelijk zie ik hem aankomen, met ijzingwekkende snelheid. Ik roep zijn naam. Dan krijgt hij mij in het vizier en laat zich vallen. Vlak voor mijn voeten komt hij tot stilstand.
‘Fijn dat je er bent,’ zeg ik, ‘Zullen we gaan? We moeten nog melk voor de kefir halen.’

Kefir is een fris zure melkdrank, die beroemd is om zijn heilzame effect op de gezondheid. Wij maken het daarom iedere dag. En dat is heel gemakkelijk. Je doet de kefirkorrels, die bestaan uit melkzuurbacteriën en gisten, in een kan melk en laat die een etmaal staan. De volgende dag is de melk kefir geworden. Het enige probleem is dat de korrels dood gaan, als ze niet op tijd verse melk krijgen. We hebben ze daarom mee genomen op vakantie.

En zodoende rijden we even later door de bergen op zoek naar een melkveehouderij. Want melk, direct van de boer, is natuurlijk de beste. We stoppen bij een robuust gebouw met veel houtwerk. Er staan kuilrollen in het bekende pastelkleurig plastic naast. Hier zijn we vast aan het goede adres.
‘Volluk!”
De ontvangst is allerhartelijkst. Net als in Nederland is het melkerstijd, maar de boer neemt de tijd en toont ons trots zijn twintig Tiroolse Grijzen, het regionale ras. De meeste Oostenrijkse boeren die wij zagen, hebben dat type en ook ongeveer dat aantal koeien.

Hoeveel stuks vee wij hebben?
We durven de waarheid niet te zeggen en halveren het werkelijke aantal.
De man slaat nog stijl achterover. Maar zij hoeven niet van hun veestapel te leven, vertrouwt  hij ons toe. Zoals hier gebruikelijk is, hebben hij en zijn vrouw nog een baan.
‘Waarom heeft die koe een klem op zijn hoorns,’ vraag ik.
‘Dat is om ze  mooi in vorm te krijgen.’
Deze boer doet mee aan shows. Of wij ook belangstelling hebben? Vanavond is er een koeiententoonstelling in het nabijgelegen dorp.

En zo kan het gebeuren dat we in een horde enthousiaste Tirolers verzeild raken en meejuichen als hun  koeien, ieder met een kleurrijke band en een bel om de hals, worden voorgeleid. Ik vind vooral de pluizige oren en zachte oogopslag van dit vee mooi, maar het gaat natuurlijk om serieuzere zaken, zoals uierophanging en beengestel. Én de vorm van de horens. Dat laatste vind ik sympathiek. Dat niet alles om productie draait.

Oh ja, de melk.
Die is prima kefir geworden!


Groentje