woensdag 18 april 2018

Een beestje voor in de vriezer





“Hoe vind je me?”
Ik draai een rondje voor mijn boer. Ik heb een nieuwe jas. Een bontjas. Bont is zo heerlijk zacht en warm. En ik voel me er zo vrouwelijk in.
Hoe kun je?! roepen mijn vrienden.
Wel, bont is wat mij betreft gewoon leer met haartjes. Maar ik zal er nooit beschermde diersoorten voor opofferen. Dat niet. En om me helemaal niet bezwaard te hoeven voelen, heb ik de volgende oplossing bedacht: een vintage jas van mollenbont. Als dat niet duurzaam is! Tegenwoordig gooien ze die velletjes weg.

Mijn boer vindt me prachtig, maar heeft ondertussen een praktische vraag:
“Zullen we weer een beestje in de vriezer doen?”
Ik weet dat dit boeren jargon is voor huisslachting. Maar dan gaat hij verder:
“Ik heb een bijzonder exemplaar. Mooie vetbedekking. Een kween. Maar ze telt wel mee in de fosfaatrechten.”
“Wat is een kween en wat heeft dat met fosfaatrechten te maken?”

Een kween is de vrouwelijke helft van een tweeling. Haar broertje heeft testosteron afgegeven in de baarmoeder van hun moeder. Daardoor ontwikkelen de baarmoeder en de eierstokken zich niet.
Fosfaatrechten bepalen hoeveel vee je kunt houden. Het is jammer een kween te onderhouden, omdat die nooit melk gaat geven. Deze is al tweeëneenhalf jaar en werd maar niet kolf. Kolf betekent zwanger van een kalf.”
“Dat laatste weet ik.”
“Ik had het eerder moeten zien.”
Mijn boer baalt een beetje en begint aan een lang verhaal om zich te rechtvaardigen.
Ik streel mijn jas en peins over het verschijnsel kween.

Opeens gaat me een lichtje op.
“Het is een hermafrodiet!” roep ik.
“Een wat?”
“Dat is een tweeslachtig wezen. Hermaphroditus is een god uit de Griekse Mythologie. De zoon van de god Hermes en de godin Aphrodite. Hij wordt meestal als een vrouwelijke figuur afgebeeld, met mannelijke geslachtsdelen.”
“O,” zegt mijn man, “Nou, je hebt er niks aan. Behalve misschien dat ‘ie lekker gaat smaken.”

‘s Middags stuur ik een mail naar onze klanten, om de belangstelling voor een vleespakket te inventariseren. Ze weten het allemaal wel, maar ik schrijf toch weer dat we biologisch zijn en antibioticavrij. Deze “koe” heeft bovendien nul krachtvoer gehad en dat levert extra smakelijk vlees op, vol gezonde vetzuren. Dit soort karakteristieken trekt mensen over de streep.

Er wordt steeds meer een beroep op de bewuste consument gedaan, om minder vlees te eten en dat is de doelgroep waar wij het van moeten hebben. Ik aarzel of ik het feit dat het om een kween gaat, zal noemen. Uiteindelijk doe ik het niet: te veel “persoonlijke” details werpen een drempel op, om het dier daadwerkelijk op te eten.
De moderne consument is gevoelig.

Dat vind ik overigens heel goed. Gedachtenloos van alles naar binnen schuiven, veroorzaakt dierenleed, milieuschade en gezondheidsklachten.

Maar ik ben blij dat de mollen aan mijn kapstok en de Griekse godheid in de stal niet mee kunnen lezen.

Groentje

Geen opmerkingen:

Een reactie posten