vrijdag 25 mei 2018

Het Beloofde Land




Als je het over biodiversiteit hebt, ben je bij ons aan het goede adres. We hebben niet alleen diverse vogels in het veld, maar ook geregeld vreemde vogels aan de keukentafel.

Nu is het koffietijd en er komt een echte meneer binnen, strak in het pak. Hij negeert de blaffende hond, mijn vragende blik en schuift gewoon aan. Ik kan nog net een doekje over de tafel halen, voordat hij zijn arm met krijtstreep, in de havermout resten legt.

Hij krijgt gezelschap van onze medewerkers, die de keuken vullen met een walm van kuil en smeerolie. Meteen daarna duikt mijn boer op vanuit de woonkamer, gapend, de haren recht overeind. Hij heeft een dutje op de bank gedaan, maar is alweer wakker genoeg om de krijtstreep weg te sturen. Morgen staat er kuilen op het programma, dus er moet gemaaid en geharkt worden.

Mijn boer is daar vanaf zes uur vanmorgen al mee bezig geweest, totdat de jongens het overnamen. Nu is er ruimte voor andere dingen, mits hij zijn telefoon bij de hand houdt. En hij kan geen gezeur hebben: deze dagen staan in het teken van ‘de eerste snee’. Met de eerste snee haal je het beste gras van het jaar binnen, dus de organisatie moet gesmeerd verlopen.

Het gewone werk gaat daarnaast natuurlijk door.

‘Ga je mee naar Het Beloofde Land?’ vraagt mijn boer.

Het Beloofde Land bestaat uit een aantal percelen waar we alleen jongvee weiden. We noemen het zo, omdat het er zo mooi is.

‘Het wordt tijd dat Cornelis zijn veertig maagden krijgt,’ vult hij aan.

Cornelis is de Friese roodbonte stier die al een tijdje apart stond. Een jonkie nog en totaal ongevaarlijk. Maar nu mag hij dus het vee gaan dekken. Dit ras hadden we nog niet, maar wij werken met allerlei kruisingen, omdat genetische diversiteit sterkere dieren oplevert, die passen bij onze extensieve manier van boeren.

Even later hotsebotsen we met onze veewagen door het weiland. Helemaal naar achteren, waar de pinken ons nieuwsgierig opwachten.

Als we de klep open gooien, zijn we benieuwd hoe Cornelis gaat reageren. Voorzichtig stapt hij naar buiten, knippert met zijn ogen tegen de zon en wordt meteen omringd door belangstellende jonge dames. Dat is blijkbaar beangstigend, want hij zet het op een rennen. De veertig maagden achter hem aan.

Zo verdwijnt Cornelis in een zee van boterbloemen, pinksterbloemen en zuring. Boven hem roepen grutto’s, tureluurs en kieviten dat hij op moet passen. Maar wij hebben alle vertrouwen in hem. Uiteindelijk zal hij voor gezonde nakomelingen zorgen.

Hand in hand kijken we hem na. Wat is het heerlijk om boer te zijn. Zo met de warme zon in ons gezicht, wind in de haren en omringd door bloeiende weiden.

Dan gaat de telefoon: de jongen die zou harken is verhinderd. Wat nu?

‘Ik doe het wel,’ zegt mijn boer.

Het geeft niet. Het is een mooie dag.



Groentje

donderdag 10 mei 2018

Feestvarken




“Doe je dat aan?” vraagt mijn boer als ik in een mooie jurk naar beneden kom.
“Ja, hoezo?”
We gaan naar een themafeest, met als speciale activiteit het slachten van een varken.
“Wat?!

Ik had me verheugd op een middagje lui keuvelen, onder het genot van door anderen aangevoerde hapjes en drankjes. Zuchtend vis ik een schort uit de kast en prop die samen met het kadootje in mijn handtas. 

Ik kan het bijna niet geloven, maar als we aankomen zijn de eerste gasten al aan het uitbenen. De keukentafel ligt bezaaid met bloederige delen en er wordt enthousiast met levensgevaarlijke messen gezwaaid. De sfeer is geanimeerd. Deze mensen beleven iets unieks; iets authentieks. Er is er één die ervaring heeft en de rest luistert gretig naar zijn aanwijzingen. 

Mijn bewondering voor de gastheer groeit met de minuut. Wat een briljant idee: wij betalen de slager voor iets dat hij zijn vrienden gratis laat doen. En die ervaren het als een traktatie! Ik moet zelfs wachten op mijn beurt.

Ik kijk even in de schuur. Daar knorren twee lieve biggen. Ik kriebel ze achter hun oren en fantaseer over ook een paar varkentjes. We zouden zo een hoekje land voor ze kunnen afzetten. Bovendien vind ik een varkenslapje op zijn tijd niet te versmaden.

Ik herinner me de Italiaanse boeren waar ik in een vorig leven vaak kwam. Zij hadden ook varkens en mijn dochter was dol op die beesten. Op een dag vroeg boer Giampiero of ze bij de varkens wilde kijken. Dat wilde ze wel. Hij gebaarde dat ze mee moest komen, maar liep een onverwachte kant op: niet naar het varkenshok. We volgden hem toch maar. Hij opende een deur en ja hoor: daar hing het varken, in twee helften. Onder iedere helft stond een emmer bloed.

Verschrikt keek ik naar mijn kleine meid, hoe zou ze dit opnemen? Zij luisterde echter geïnteresseerd naar wat Giampiero vertelde:
“Kijk dat wordt heerlijke ham, daar maakt Marta worst van en dat is ideaal om te roosteren. Een beetje rozemarijn erbij…”

Zonder een spoor van sensatiezucht benoemde hij ieder deel van het beest. Giampiero dacht dat mijn zesjarige dochter het interessant zou vinden hoe een varken in vleeswaren verandert en daar had hij gelijk in. Doordat hij er zo gewoon over deed, vond ze het ook niet eng, of zielig.

In het moderne leven zijn we ver van deze mentaliteit afgedreven. De meeste mensen kopen onherkenbare stukken vlees, verpakt in glimmend plastic, bij de supermarkt om ze daarna gedachteloos te verorberen.

Maar misschien is er sprake van een kentering, nu het uitbenen van pas geslachte dieren kennelijk als feestelijk wordt beschouwd.

Dan verschijnt het feestvarken zelf in de deuropening.
“Wil jij ook even worsten draaien? Dat mag hoor. Het kan nu.”
‘Ja leuk,” roep ik en bind mijn schort voor.


Groentje