vrijdag 22 juni 2018

Bij de Kapper



“Nee, ik heb niet aan Boer zoekt Vrouw meegedaan en nee ik hoef niet iedere dag te melken.”

Ik laat mijn haar knippen en de kapster is erg geïnteresseerd in mijn leven op de boerderij. De vrouwen in de stoelen naast me zijn verdacht rustig, dus ik vermoed dat ze meeluisteren.

“Ik werd toevallig verliefd op een man die boer bleek te zijn. En tegenwoordig is het niet meer vanzelfsprekend dat vrouwen automatisch mee werken. Al ben ik natuurlijk wel betrokken en help ik hier en daar een handje.”

“Het lijkt me heerlijk,” zucht de kapster, “Lekker buiten. Met de dieren. Relaxed.”
Relaxed?!

Dat hoor ik vaak. Veel vriendinnen denken dat het boerenleven veel ontspannender is dan hun eigen kantoorbaan.
“Nou dat valt wel mee hoor,” zeg ik dan. “Heb je mijn columns wel eens gelezen?”
“O ja. Als ik die lees, na een drukke werkdag, knap ik gewoon op.”

Beeldvorming is hardnekkig, maar Yvon Jaspers doet haar best om daar verandering in te brengen. Haar televisieprogramma Onze Boerderij gaat opvallend vaak over stress. Want dat hebben de meeste boeren waar ze op bezoek gaat. Gierende stress zelfs. Van de zorgen en het harde werken. Yvon vindt het maar zielig. En op haar onderzoeksvraag of het boerenleven echt wel zo romantisch is, luidt het antwoord heel duidelijk: nee.

Dat vind ik dan ook weer jammer. Want op zich is het boerenbedrijf natuurlijk prachtig. En als er echt te veel zorgen zijn en te lang te veel stress, dan kun je toch altijd ophouden en iets anders gaan doen? Mensen wisselen vandaag de dag zo vaak van baan. Dat is geen persoonlijk falen. Nietwaar?

Laatst interviewde ik een bankman over de agrarische sector. “Hij blijft zich verbazen,”zei hij, “In geen andere sector wordt zoveel kapitaal in ondernemingen gestopt, tegen zo’n laag rendement.”

Al klagen ze steen en been, boeren zijn niet uit hun boerderij te krijgen.
Waarom is dat? Zijn het stiekeme genieters, of kunnen ze domweg niks anders bedenken?

Mijn kapster heeft fantasie genoeg, plus een onverbeterlijk romantisch hart.

“Hoe is hij, jouw boer. Is hij leuk?” vraagt ze dromerig.
“Heel leuk.”

Even klinkt er niets anders dan het geknerp van scharen. Mijn ‘heel leuk’ zweeft door de salon. Ik voel de koelte van het metaal in mijn nek. Buurvrouw neemt een slokje van haar thee, slurpt een beetje. De kapster lijkt aandachtig door te knippen, maar kijkt me dan via de spiegel aan.

“Je hebt geluk,” concludeert ze met een stralende lach.
Ik lach terug, want dat klopt. Ik heb geluk.
“Mijn droom is zo’n schattig boerderijtje met wat land erbij,” gaat ze verder, “Voor mijn vriend zou dat ook heel goed zijn. Dan nemen we wat schapen, paarden. Varkens zijn ook zo lief. Weet je dat die helemaal niet vies zijn? Het zijn eigenlijk heel zindelijke dieren...”

En dan doet ze de föhn aan. Mijn haar wordt keurig in model geblazen, maar ons gesprek is afgelopen.

Groentje

2 opmerkingen: