donderdag 25 oktober 2018

Manusje van alles



Als er iets kapot is, vraag ik me altijd af wie ik kan bellen om het op te lossen. Boeren moeten niets hebben van deze mentaliteit: ze willen zichzelf kunnen redden, en waarschijnlijk komt het daardoor dat ze dat meestal ook kunnen.

Maar nu is het zondagmiddag en mijn boer en ik zitten samen in de keuken te genieten van een glaasje Shiraz, kaasje erbij. Straks komen de kinderen eten en daar verheugen we ons op.
“Zullen we de houtkachel aansteken?” stel ik voor, “Daar is het nu weer de tijd voor.”
Mijn boer is het ermee eens, dus we gaan in de weer met kranten en hout. Even later zitten we bij een knisperend vuurtje. De vredige sfeer wordt echter al gauw verstoord, als de leidingen onheilspellend beginnen te klotsen en te rammelen.

“O ja,’ zegt mijn boer, “In de lente heeft een monteur de overdrukbeveiliging afgesloten. Nu kan het ding zijn warmte niet kwijt. De prutser!”
“Wat nu?” vraag ik bezorgd.

Omdat we afgelegen wonen, hebben we geen gas. Een houtkachel geldt als duurzaam en je kon er subsidie voor krijgen. Daarom verwarmen we het hele huis op pellets. In de kamer en de keuken staan kleine houtkacheltjes om bij te stoken en voor de sfeer. Het is een complex systeem, waarbij alle kachels en radiatoren met elkaar in verbinding staan.

“Pang!”

Nu ben ik bang dat de hele boel explodeert.

Snel smoren we het vuur. De keuken vult zich met rookwolken en er zit niets anders op dan de ramen te openen. Tegen de tijd dat de kinderen komen, is het koud. Met hun jassen aan scharen ze zich rond de tafel.

De volgende dag wil ik de monteur bellen. Mijn boer is het er echter niet mee eens. En met de bekende woorden:
“Ik kan het zelf wel,’ verdwijnt hij onder de vloer.
“Pas je er nog wel tussen?” vraag ik als ik op mijn knieën bij het gat ga zitten en in het donker tuur.
We hebben vorig jaar schelpen onder de vloer gekregen voor de isolatie en het vocht. Ik hoor ze knerpen, terwijl mijn boer er op zijn buik overheen schuift. Dan wordt het stil en ik ga naar boven om aan een artikel te werken.
Ik heb me net geïnstalleerd als mijn mobiel gaat:

“Kun je even naar de grote kachel lopen en water bijvullen. Ik bel wel als ik het lek gevonden heb.”

Ik ga naar de schuur en hoop dat ik de juiste slang bevestig en de juiste knoppen omzet. Dan draai ik de waterkraan open. Even hoor ik suizen. Gelijk gaat de telefoon:

“Doe maar weer dicht.”
“Is het gelukt?” vraag ik, maar de verbinding is verbroken. Lang blijft het stil. Ik staar naar een leeg zwaluwnest.

Telefoon:

”Doe maar weer open.”
“En?”

Geen reactie.

Maar als ik in de keuken kom, steekt mijn boer net zijn hoofd uit het kruipgat. Met het haar vol spinnenwebben verkondigt hij stralend, dat het probleem is opgelost:

“Zie je wel: we hebben niemand nodig!”

De winter kan beginnen.


Groentje



woensdag 3 oktober 2018

Hele vieze bio yoghurt



Als biologisch bedrijf wil je laten zien dat het anders kan. Organisaties die dat ook willen, haken daar op in. Nu worden we gevraagd vlees te leveren voor een congres over het behoud van weidevogels.

Er moet dus geslacht worden en daarvoor hebben we een mooie pink in gedachten. Het uitbenen wordt door de plaatselijke slager gedaan, terwijl het eigenlijke slachten in Groningen plaats zal vinden.

Ik overleg met deze slager over onze pink en probeer ondertussen ook nog een stier aan hem te verkopen. Maar daar heeft hij geen belang bij:
“Stieren zijn te taai. Die kan ik niet kwijt in het hogere marktsegment dat ik wil bedienen.”

Even later belt de veerijder over hoe laat hij komt. Hij heeft ook een vraag:
“Je hebt een koe voor de slacht?”
“Nee een pink.”
“Goed dat ik het weet, want die zijn lichter.”
“Ja. En lekkerder. Als wij een dier slachten, voor onszelf of onze klanten, moet het goed zijn,” ratel ik, nog helemaal in mijn verkoopstand, “Je wilt toch geen worstkoe in de vriezer!”
“Ha ha, nee, maar sommige boeren vreten alles. Slachten hun taaiste krengen en kauwen daar het hele jaar op. En de barbeques waar je soms voor wordt uitgenodigd… Daar gaat niet voor niets zoveel saus overheen!”

Blijkbaar heb ik een teer punt aangeroerd, want onze veerijder gaat helemaal los. Ik houd de telefoon wat verder van mijn oor, maar laat hem zijn gal spuwen.
Ik vind smaak namelijk ook belangrijk. En volgens mij zijn smaak en kwaliteit sleutels tot duurzaamheid. Als je bewust met eten bezig bent en geniet van kwaliteit, dan gaat je smaak vanzelf richting duurzaam geteelde producten. De meeste Nederlanders vinden hun eten echter al gauw prima en daarom is het altijd leuk medestanders te vinden. Vooral uit onverwachte hoek.

Trots begin ik over de smaak van onze zuivel en ook daar kan de veerijder over meepraten.
“Gisteren at ik yoghurt. Ik eet iedere dag yoghurt en de vrouw een bakje gele vla. Maar het smaakte zo eigenaardig. Ik kon het bijna niet wegkrijgen.”
“Was het bedorven?”
“Nee, het was biologisch.”

Ik slik even en moet dan lachen.

“Dat verklaart alles,” reageer ik. Mijn gesprekspartner hoort de ironie van mijn opmerking echter niet.
“Ja, het is anders en daar houd ik niet van.”
“Nu beledig je me een beetje, want wij zijn biologische melkveehouders.”
“O.”
Het is even stil aan de andere kant van de lijn.
Ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken en vraag:
“Als je dinsdag toch onderweg bent… Zou je dan op de heenweg naar ons natuurgebied vijf weidekoeien kunnen afleveren?”
Hier kan de beste man nu geen nee op zeggen en ietwat beduusd, stemt hij in. 
We verbreken de verbinding.

Vaak is het jammer dat we niet allemaal op één lijn zitten, bedenk ik me, maar het houdt je wel scherp.


Groentje