donderdag 14 februari 2019

Woestijnbewoners




De Syriërs duiken diep weg in hun winterjassen. Ik zit met mijn boer op de bok en kijk zo nu en dan bezorgd achterom. Vinden ze het wel leuk? Het leek zo’n origineel idee, om ze met paard en wagen de omgeving te laten zien, maar opeens vraag ik me af hoe dit gezin gevlucht is. Misschien hebben ze wel slechte herinneringen aan deze vorm van transport.

“Willen jullie nog een rondje door het dorp, of terug naar de boerderij?”
“Terug.”
De twee kleine meisjes, die eerder nog voortdurend babbelden en enthousiast het paard aaiden, zeggen niks meer. Ze kijken glazig voor zich uit.
“Okay,” en we keren om.

Stil rijden we langs de wit uitgeslagen velden. Het is ook wel fris, bedenk ik me, voor woestijnbewoners.

Het gezin is bij ons op visite, omdat de vader op zoek is naar werk. Misschien kan hij wel op de boerderij aan de slag, had mijn vriendin, die ze probeert te helpen, bedacht. De man is bedrijfsjurist, maar wat kan het schelen? Hij is slim en gemotiveerd en hoe moeilijk kan het zijn, dat boerenwerk? Tsja. We hebben niet zulke goede ervaringen met intellectuelen, die hun bureau verruilen voor een tractor.
Dus nee, bedankt.
Ondanks deze tegenvaller wilden de meisjes toch nog mee met de paardenwagen. Hun ouders stemden in, maar de stemming is bedorven.
Ik voel me schuldig.

Iedere keer als ik met mijn vriendin bel en deze Syriërs komen ter sprake, voel ik me weer rot. Maar op een dag vertelt ze, dat de bedrijfsjurist en zijn broer, een garage zijn begonnen.
De mannen zochten maandenlang naar een ruimte om te huren, maar nergens kregen ze een poot aan de grond. Totdat Piet, mijn vriendin haar man, verklaarde dat hij voor de vreemdelingen instond. Hij heeft ze ook met het papierwerk geholpen. Toen durfden de Groningers de stap wel te wagen. En de tent  schijnt inmiddels te draaien als een tierelier.

“Sleutelt de jurist ook?” vraag ik.
“Die doet de bedrijfsvoering. Zijn broer is mecanicien. Hij sleutelt samen met nog een aantal Syriërs die ik niet ken. De klanten zijn ook voornamelijk Syriërs trouwens. Piet is er iedere dag en hij spreekt al een woordje Arabisch. Hij knapt helemaal op!”
Piet verkeert in het beginstadium van Parkinson. Zijn nieuwe status en verantwoordelijkheid blijken heilzaam voor hem te zijn. Ik begrijp de blijdschap van mijn vriendin volkomen en moet ook een beetje lachen: die oer-Groningse Piet, Arabisch!
“Wat geweldig,” zeg ik.
“Ja he. Zelfs de gemeente loopt er mee weg. Eerst lagen alle instanties dwars en nu zijn deze Syriërs opeens een voorbeeld van integratie!”
“Hoe is het met de meisjes?”
“Uitstekend. Weet je dat ze helemaal door jullie paarden betoverd zijn? En nu kunnen ze zich paardrijles veroorloven!”

De hele dag voel ik me blij: dit is het beste nieuws dat ik in tijden heb gehoord .




Groentje