woensdag 17 april 2019

Samen draad zetten





Onze hond Jouke heeft het druk gehad. We hebben een stukje land aan de weg met stroomdraad afgezet en daar staan nu onze paarden. Met hun nieuwe zomervacht, glanzend in het zonlicht en hun  speels gedartel in het lentegras, trekken ze veel bekijks. Voorbijgangers stoppen geregeld om de Friezen te lokken en zelfs even te aaien. Voor een rechtgeaarde waakhond is dat verontrustend. Jouke maakt het woedend!
Hij blafte dan ook tot we er allemaal gek van werden.

Het draadzetten hebben mijn boer en ik vanmorgen gedaan. Dat klinkt onschuldig, maar dit soort klussen kunnen zomaar in een huwelijkscrisis ontaarden.
Draad zetten, is overigens boeren jargon voor paaltjes in de grond drukken en er stroomdraad bij langs spannen. Vroeger sloeg men de paaltjes met een voorhamer in de grond, maar tegenwoordig zijn er handiger hulpmiddelen.
Wij gebruiken een verreiker, of een “verarmer”, zoals mijn boer het noemt, want het ding is vaak kapot en reparatie is kostbaar. Toch is het de meest gebruikte machine van de boerderij, want hij kan van alles. Enfin, het ding heeft een uitschuifbare arm die moeiteloos paaltjes de grond in jaagt. Alsof je cocktailprikkers in een blokje kaas zet. Dat wil nog beter als de bak aan de telescooparm gevuld is met iets zwaars, modder bijvoorbeeld. Dus daar had mijn boer even wat van opgeschept.
Mijn enige taak was om de paaltjes recht te houden. 

Simpel toch?

“Houd die paal recht!,” schreeuwde mijn boer uit het raampje van de cabine.
“Hij is recht!” schreeuwde ik terug.
(Je moet wel schreeuwen om boven het geraas van de motor uit te komen.)
“Wat?!” vroeg mijn boer.
“Hij is recht!” 

Ik zag het ding langzaam de grond in zakken: scheef.

“Meer naar rechts!” riep ik.
“Welke rechts? Je moet gebaren!”

Ik wapperde naar rechts met mijn rechterhand, terwijl ik met links tegen de paal aan drukte.
De grote bak die angstwekkend dichtbij, boven mijn hoofd zweefde, begon nu te wiebelen. Daardoor viel er modder naar beneden. Om dat niet in mijn nek te krijgen, probeerde ik mijn capuchon op te zetten.

“Vasthouden!”

In een regen van aardkluiten pakte ik de paal weer vast en oefende zoveel mogelijk tegendruk uit. Zonder succes.

“We trekken hem er weer uit en beginnen opnieuw!” riep mijn boer.

En toen moesten we er nog twintig.

Maar het is gelukt. De paarden hebben een mooie plek en wij zitten inmiddels vredig in de tuin. Voor de eerste keer dit jaar. Jouke ligt tussen de paardenbloemen te hijgen.

Eindelijk rust.

Maar dan springt hij plotseling op en gaat tekeer. Wat is er nu weer aan de hand? 
We volgen de blik van onze hond en zien hoog, boven in de lucht.... een zwaluw! Twee zwaluwen zelfs. Ze zijn er weer!
Ik roep Jouke en geef hem een knuffel. Voor ons haal ik een biertje.

De winter is nu echt verleden tijd.


Groentje




maandag 1 april 2019

Wankel Vlot



Ligt daar een koe in de sloot? Dat kan toch niet waar zijn, de koeien staan nog allemaal op stal. Toch zie ik iets van hetzelfde formaat bewegen.

Als ik ernaar toe loop, blijkt het een vlot te zijn. Een vlot met kinderen. Dat heb ik hier nog nooit gezien! Straks vallen ze in het koude water...

Ik moet om mijn bezorgde gedachte lachen, want gisteren beklaagde mijn boer zich nog over het feit dat kinderen tegenwoordig van die watjes zijn. Ze zijn met geen stok naar buiten te krijgen en beleven hun avonturen liever virtueel. Net als ieder ander worden kinderen verleid en opgeslokt door beeldschermen. En dan zijn er natuurlijk nog de ouders, die fanatiek over hun kroost waken.

Ik sprak laatst met iemand van natuur- en milieueducatie. Haar missie is om ieder kind naar buiten te krijgen. Daar heeft ze allerlei leuke programma’s voor bedacht, die vooral door scholen worden uitgevoerd. Zo komen de kinderen nog eens op een boerderij bijvoorbeeld. Dat vinden ze best leuk hoor. Maar om nu zelf naar een boer te fietsen, of door een weiland te lopen!

Dan zie ik het vlot angstwekkend naar één kant overhellen. De grootste jongen van de drie begint instructies naar de anderen te schreeuwen.

“Hallo!” meng ik me in het tumult, “Wat doen jullie daar?”

“Niks!” roepen ze in koor terug.

“Passen jullie wel op?”

“Ja hoor.”

Ik erger me aan mezelf: echt zo’n stom grote-mensen-praatje.

Ik kijk toe hoe ze met van planken gemaakte peddels het vlot proberen voort te bewegen. Hun broeken zijn nat, maar dat lijkt ze niet te deren. Ik besluit ze met rust te laten.

De mooiste herinneringen van mijn jeugd gaan over buiten spelen. En over spelen op de boerderij in het bijzonder. Mijn vader was timmerman, maar ik kon mijn hart ophalen bij een vriendinnetje, een boerendochter. Daar was altijd iets te beleven. Als ik weer thuis kwam, wilde ik niet onder de douche, want ik rook zo lekker, vond ik zelf. Mijn moeder was een andere mening toegedaan. Toch vond ze het prima dat ik me als een boerenkind gedroeg.

Misschien was dat anders geweest, als ze wist wat ik allemaal uitspookte.

We deden namelijk heel gevaarlijke dingen. Als ik eraan terugdenk, verbaas ik me dat er niet meer ongelukken gebeurden. We reden mee in de opraapwagen, liepen over de hanebalken, slingerden aan pickup touwen boven de stal, groeven hele gangenstelsels onder het hooi…

Wat was het heerlijk om zonder toezicht van volwassen rond te zwerven en te doen wat in je opkwam! Ik gun de kinderen van nu die vrijheid ook zo. Aan de andere kant: kun je missen wat je nooit ervaren hebt?

Dan begint het te regenen en loop ik snel naar huis. Op de stoep tuur ik nog even over de weilanden, waarboven donkere wolken zich samenpakken.

De jongens kan ik niet meer zien.


Groentje