woensdag 8 mei 2019

Geraniums en rubbermatten





Eindelijk, er wordt neerslag verwacht.

“Geloof jij het?” snuift mijn boer, “Een paar druppen misschien.”

Het is al weken heerlijk weer. Er lijkt geen wolkje aan de lucht. Maar schijn bedriegt: het land is nog droog van de vorige zomer. Je voelt het als je eroverheen loopt: hard en hobbelig. Je ziet de scheuren. Ook in de dijken zitten scheuren. Dus als we nu stortbuien krijgen, is dat ook weer niet goed. Eigenlijk zou het een paar weken zacht moeten regenen. Ouderwets Hollands rotweer, dat hebben we nodig.

“Ik ga even om bloemen,” kondig ik aan, “We kunnen wel wat meer kleur in de borders gebruiken.”

Mijn boer bromt wat. Hij heeft belangrijker zaken aan zijn hoofd. Al tijden is hij bezig met het plan om de urine en de poep van de koeien gescheiden te houden. Nu komt dat allemaal bij elkaar in de mestkelder. Eigenlijk is dat onnatuurlijk: urine en poep horen niet bij elkaar. Samen gaan ze rotten. Daarom stinkt het ook zo en komen er kwalijke dampen bij vrij. Het plan is nu om matten gevuld met korrels van gerecyclede autobanden in de stal te leggen. Die laten de urine door, terwijl de mest blijft liggen.

In het tuincentrum aarzel ik voor het schap geraniums.

“Zolang de ijsheiligen nog niet geweest zijn, is er kans op nachtvorst,” klinkt de stem van mijn moeder in m’n achterhoofd, “zonde als je geraniums dan al buiten staan!”

Mijn moeder is echter van vóór de klimaatopwarming, dus ik besluit haar advies in de wind te slaan en zet zes roze exemplaren in mijn winkelwagen. Daar komt nog een kratje perkgoed bij. Dan zie ik een vlinderboom. Die neem ik ook, want vlinders kunnen wel wat steun gebruiken. Verder kan ik de verleiding van een vijgeboom niet weerstaan. Ik heb nog een kaal hoekje op het zuiden, daar zal hij het vast wel doen. Het is toch altijd mooi weer.

Blij rijd ik terug naar huis, zet de radio aan voor een muziekje, maar val midden in een programma over planten in tuincentra.

“Nieuw onderzoek wijst uit dat de Nederlandse sierteeltsector nog steeds een grootverbruiker van bestrijdingsmiddelen is. Veel van de aangetroffen stoffen zijn schadelijk voor bijen en hommels. Een opmerkelijk hoog aantal residuen komt bovendien van middelen die verboden zijn in Nederland.”

Daar gaat mijn mijn goede humeur.

En mijn boer kan me niet opvrolijken: hij heeft met een vriend over de rubbermatten gesproken.

“Denk aan wat er in de kunstgraswereld speelt,” zei die, “Kunstgras is ook van oude autobanden gemaakt en daar blijken allerlei schadelijke stoffen uit te lekken. Ik zou eerst maar eens in de rapporten van het RIVM duiken.”

“Je kunt niet meer aan de troep ontsnappen,” sombert mijn boer tegen mij, “Het is overal.”
“En alles heeft zoveel kanten,” peins ik.

Dan begint het te regenen.


Groentje

Geen opmerkingen:

Een reactie posten