maandag 3 december 2018

Makker staakt uw wild geraas...



Ik voer een telefoongesprek met mijn dochter en net voor we afsluiten, stelt ze de vraag die ik hoopte dat ze niet zou stellen:
“Is Sophietje al terug?”
“Nee, ik heb haar niet meer gezien.”
Er wonen genoeg katten op het erf, maar die zijn verwilderd. Mijn dochter wilde een poes om te aaien. En die kreeg ze: een glanzend zwart schatje. Bijkomend voordeel was, dat deze het woonhuis muisvrij hield. Nu is mijn dochter op kamers. De poes bleef hier, maar verleden week kwam ze opeens niet meer terug van haar nachtelijke tochten.
“Ik denk dat je de hoop op moet geven.”
Ik probeer warm en flink tegelijk te klinken. Als moeder wil je liefde geven én je kind wapenen tegen de tegenslagen van het leven.

Als we de verbinding verbreken, klinkt er geroffel op het plafond. De hond spitst zijn oren.
Sophietje! flitst het door me heen. Maar nee, katten maken niet zulke geluiden.
“Zijn het ratten?“ vraag ik aan mijn boer.
“Misschien is het Sinterklaas wel.”
“Hè, wat flauw!”
“Ja het zijn vast ratten, wat zouden het anders moeten zijn? Muizen dribbelen veel lichter.”
Ik vind het vervelend dat ik niet weet wat er boven mijn hoofd rondloopt. Alsof je met spoken samenleeft.
“Wrrrrrrefft, wrrr, wrrrr,” klinkt het dan.
Jouke kan zich niet meer inhouden en begint te blaffen.
“Stil!”
Maar hij houdt niet op. Er moet meer aan de hand zijn. Ik ga poolshoogte nemen in de schuur.

Daar is de hoefsmid met ons paard Pronkje bezig. Het buurmeisje slaat hem nauwlettend gade, een vinger in de neus. Ik trek mijn rubberlaarzen aan, voor ik naar ze toe loop.
“Wat doe jij?” hoor ik haar aan de smit vragen.
“Ik geef Pronkje nieuwe hoefijzers. Dat moet van je buurman.”
“O.”
“En omdat het bijna Sinterklaas is, denk ik dat ik haar deze keer maar op dakijzers zet. Dan heeft ze meer grip op de dakpannen, als ze de Sint gaat helpen.”
“O,” zegt het kind weer, denkt even na en komt dan met een bezwaar:
“Maar Sinterklaas heeft al een paard: Amerigo en die is wit.”
“Nou en? Pronkje is zwart, maar stel nu dat Amerigo ziek wordt, dan kan Pronkje toch mooi invallen? Er zijn nu ook witte zwarte Pieten.”
Het buurmeisje kijkt de smit met grote ogen aan. Ik hou mijn adem in en zie haar dan langzaam knikken. Het verhaal is geland.
“Komt Pronkje dan ook op televisie?”
“Je weet maar nooit. Daarom ga ik er nu voor zorgen dat ze er netjes bij loopt.”
“Mag ik haar borstelen?” vraagt het meisje.
“Ja hoor, “maak jij haar maar mooi,” zeg ik en loop naar hun toe.
Ik krijg een vette knipoog van de smit.
“Prachtig toch, die kinderen,” zegt hij, "Zo'n fantasie."
“Ja,” lach ik, “Redden jullie het, of kan ik helpen?”

Later, als ik weer naar de keuken loop, zie ik een zwarte schim tussen de emmers. Even geloof ik dat het Sophietje is. Maar dat zal wel verbeelding zijn.


Groentje


Geen opmerkingen:

Een reactie posten